Projectplan pilot ‘Zinvol omgaan met social media’

Inhoud van de training

De training bestaat uit acht wekelijkse bijeenkomsten van twee uur. Daarbij komt het volgende aan de orde:

  • In de eerste twee sessies wordt het eigen gebruik van social media en Internet besproken. Iedere deelnemer wordt gevraagd de eigen berichten op Facebook, Twitter, LinkedIn en WhatsApp te tonen en open te staan voor vragen en feedback. Wat verwachten we van de ander als we een bericht posten? En wat doet het met ons als de ander dat niet doet? En meer van dergelijke vragen. Hierbij staat de connectedness met onze virtuele vrienden centraal en ook de meaning van wat wij met elkaar delen.

  • In de derde sessie bezig wordt het verschil onderzocht tussen uitingen op Internet gericht op bekenden en onbekenden - bij zichzelf en bij anderen. Wat is het effect van het feit dat je iemand persoonlijk kent? Wat te denken van anonieme reacties op Internet? Welke betekenis geven we daar aan, hoe wegen we die? Centraal staat in deze sessie de meaning die we geven aan hoe we met elkaar omgaan – ook als we elkaar niet kennen.

  • In de drie daarop volgende sessies experimenteren de deelnemers met verschillende uitingsvormen en activiteiten op Internet: selfies, andere foto’s,  blogs, vlogs, likes, doorlinken / forwarden van berichten- wat wil je kwijt aan een ander, en wat niet? Waarom? Wat is het effect van iets van jezelf laten zien? Hoe wil je dat anderen jou zien en hoe bereik je dat? Welke reacties krijg je, en wat vind je daarvan? Waar ligt je grens, wat zou je nooit durven / willen? Waarom niet? We nodigen de deelnemers uit om de eigen grenzen op te zoeken, hiermee te experimenteren en elkaar feedback te geven. In deze sessies staat onze identity, zowel in de fysieke als in de virtuele wereld centraal: wie ben je, wie wil je zijn, hoe wil je gezien worden? En ook de connectedness: hoe kan ons gedrag op Internet onze verbinding versterken, en wanneer werkt het averechts? We onderzoeken verder welk effect de reacties van anderen op ons hebben, hoe en in welke mate zij bijdragen aan empowerment.

  • In de zevende sessie reflecteren de deelnemers over het effect van reclame op social media - waar komt het voor? Soms is reclame heel goed verstopt. Wat vinden we daarvan? Wat doet het met je als een vriend van jou een bepaald merk aanprijst? Doe je dat zelf ook? Waarom? Dit is het meest maatschappijkritische onderdeel; hier gaat het over de meaning van wat we met elkaar delen.

  • In de laatste sessie reflecteren de deelnemers over hoe zij verder willen met het gebruik van social media en Internet na afloop van de cursus. Ieder maakt daarvoor een eigen plan dat met de groep wordt besproken. Centraal staan hier empowerment en hope, de verwachting t.a.v. de toekomst: waar wil je verder in groeien, hoe gaan we verder met wat we hebben geleerd, met elkaar?

 Waar nodig en zinvol zal de groepsleiding input leveren, en daarbij zoveel mogelijk gebruik maken van videoberichten, TED-talks, blogs etc.

 Verder ligt het voor de hand dat de groepen gebruik zullen maken van social media voor de opdrachten die zij krijgen en voor de ondersteuning en feedback aan elkaar; daartoe wordt een besloten Facebook-groep en WhatsApp-groep gestart, waar berichten kunnen worden uitgewisseld.

 De hoop en verwachting is dat het gebruik van social media de binding binnen de groep zal versterken - om die reden wordt aan de groep na afloop van de cursus voorgesteld om de Facebook- en WhatsApp-groep in stand te houden en de uitwisseling voort te zetten. Voor het modereren hiervan wordt per groep een vrijwilliger gezocht. Deze vrijwilliger wordt op de achtergrond begeleid.